Academische vorming

Interview met: leerlijn-coördinator Guy Widdershoven

Elk jaar is er de Nationale Studenten Enquête, waar studenten in grote getalen laten weten wat ze goed vinden aan de opleiding, maar ook wat beter kan. Op deze website zijn mensen aan het woord die vertellen wat we met de uitkomsten doen. Deze keer de leerlijncoördinator academische vorming Guy Widdershoven. “We hebben al veel academische vorming in ons curriculum, zelfs meer dan andere opleidingen, maar het zit kennelijk te verstopt, wordt te weinig herkend. Dat gaan we veranderen.”

Verbinding en verdieping
“We gaan de verschillende onderdelen van academische vorming meer met elkaar verbinden en soms ook uitbreiden. Allereerst gaat het om wetenschap beoefenen. Tot dusverre waren er twee cursussen leeronderzoek van elk twee weken in het eerste en tweede jaar van de bachelor en één cursus professionele ontwikkeling en wetenschap in jaar 3. Dit onderwijs concentreren we bij de aanstaande herziening van de bachelor in twee cursussen Medisch Wetenschappelijk Onderzoek van elk vier weken, in jaar 1 en 2. Daar kunnen studenten echt hun tanden in zetten: data verzamelen, statistiek beoefenen, conclusies trekken, presenteren. En we gaan ook toetsen. Dan wordt meteen het belang van deze competentie duidelijk. Zonder toetsing is het kennelijk te vrijblijvend.”

Kritische houding
“Ook het toepassen van wetenschap in je werk en een kritische reflectie op wetenschap gaan we meer structureren. Tot nu toe is dat te verspreid over het curriculum. Hier een powerpointpresentatie, daar een referaat. In de bachelor doen studenten straks zowel in het tweede als het derde jaar drie practica waarin ze gaan oefenen in het presenteren en kritisch bespreken van wetenschappelijke literatuur, telkens begeleid door docenten met kennis van zaken. Wat is wetenschap? Wat zijn de mogelijkheden, wat de grenzen? Hoe presenteer je materiaal? Wat is de wetenschappelijke waarde ervan? Klopt de onderzoeksopzet? Is het ordentelijk uitgevoerd? Is het toepasbaar in Nederland? Tegelijkertijd worden wetenschapsfilosofie en wetenschapsgeschiedenis herkenbaarder geprogrammeerd.”

Meer schrijven
“Aan het eind van het eerste semester in jaar 3 schrijven studenten een bachelorthesis. In het eerste masterjaar werken ze aan een academisch essay. Aan de hand van een concrete casus, een patiënt die studenten tegenkomen in de kliniek, verzamelen ze literatuur en die verbinden ze met wat ze zien in de praktijk. Wat maakt dat er bijvoorbeeld niet wordt gehandeld zoals in de literatuur staat beschreven? En wie weet sporen ze in de reviews verbeteringen op. Aan het eind van de master volgt dan nog de masterthesis.”

Discussie
“Symposia krijgen een vaste plaats in het curriculum van de master. Vier keer per jaar bieden we die aan, studenten moeten twee keer per jaar deelnemen. Daar komen uiteenlopende academische aspecten aan bod: discussie, uitwisseling, overdracht. En dat alles in een wetenschappelijke sfeer.

Al deze facetten dragen bij aan reflectie op wetenschappelijk onderzoek en het creëren van een kritische geest. We zullen in de beoordeling niet ineens van vuurrood in hel groen veranderen, maar deze aanpak leidt volgens mij moet wel tot een betere balans tussen beroepsopleiding en academische vorming.”