Het aangepaste curriculum

Interview met: Marin Musters, studentenassessor

Marin Musters is studentenassessor en denkt mee over het onderwijs aan VUmc School of Medical Sciences. Hij vertelt over enkele revolutionaire veranderingen in het curriculum. “Je moet altijd blijven kijken wat beter kan.”

Meer keuzevrijheid
“Er was veel kritiek op de schoolse inrichting van de bachelor. In het eerste jaar is dat wel prettig, maar daarna begint er toch iets te wringen. Heel veel studenten willen meer keuzevrijheid en zich ontwikkelen in de richting die ze zelf willen. Dat is toch ook het beeld dat je bij een universiteit hebt. Er was maar een blok van vier weken dat je zelf kon kiezen. En de aanwezigheidsplichten bij deze studie bieden ook nauwelijks ruimte om zelf iets te ondernemen.
Volgend studiejaar komt daar verandering in. En dat betekent een enorme verandering: iedereen kan het laatste semester van jaar 3 een minor doen in welk vak dan ook. Of je je nu wilt verdiepen in programmeren, in filosofie, kunstmatige intelligentie, rechten; het kan allemaal mits het aan een universiteit is, in binnen- of buitenland. Omgekeerd komen er ook studenten van andere universiteiten naar VUmc. Dat betekent  een enorme verrijking voor de faculteit. Denk aan al die uitwisseling! Uiteraard betekent dit dat er bij andere blokken iets zal verdwijnen, maar het feitjes stampen kan ook wel wat minder.”

Meer wetenschappelijke vorming
“Ook een ander groot punt van kritiek uit de NSE is aangepakt. Er komt meer en gestructureerder aandacht voor wetenschappelijke vorming. We hoefden pas te schrijven in het derde jaar en dat was een minimale opdracht. Nu moeten de studenten hun bachelor afronden met een thesis. En aparte blokken medisch-wetenschappelijk onderzoek in jaar 1 en jaar 2 werken toe naar je academische vorming. Ik vind dit echt een revolutionaire verandering. Het is toch ook erg belangrijk dat je wetenschappelijk wordt gevormd? Dat je leert hoe je onderzoek kunt doen, literatuur kritisch tegen het licht houden, een wetenschappelijk artikel schrijven.”

Langere coschappen
“De juco's zitten te lang op de kruk. Je bent te lang net niks. Pas in het tweede masterjaar, wanneer je al die vakken nog eens doorloopt, mag je zelf iets doen. Dat gaat ook veranderen. Met ingang van dit studiejaar zijn die twee losse co-schappen aan elkaar gekoppeld; over de eerste twee masterjaren doe je van elk vak telkens een lang blok. Ook dit is een gigantische verandering. Als het goed is, kunnen de co's aan het eind van hun eerste jaar meer dan bij de oude opzet.
En net als in de bachelor is er kritiek op de weinig zichtbare wetenschappelijke ontwikkeling. Studenten worden op hun wenken bediend: meer schrijfopdrachten en meer aandacht voor wetenschapsfilosofie, ethiek. De hele leerlijn academische vorming krijgt een flinke impuls.”