De studiegroep als ruggengraat van het curriculum

DanaYumani_afbeelding_grootSinds september begeleidt Dana Yurmani als tutor een studiegroep van derdejaars studenten geneeskunde. ‘Heel erg leuk om te doen. En de tijd die het kost, valt reuze mee.’ De studiegroep als ruggengraat van het curriculum; ziet Dana het ook zo? “Jazeker! Klinisch redeneren, daar gaat het om – in de kliniek en dus in het onderwijs. Elke weekbijeenkomst brainstormen we over een patiëntencasus. Mijn rol is niet die van een docent. Ik stuur bij, prikkel, stel vragen. De groep is heel actief, iedereen doet mee. Ze hebben een paar colleges en practica gedurende de week, in de studiegroep proberen we de opgedane kennis toe te passen: hoe kom je van het verhaal van de patiënt naar diagnose en behandeling? Het blijkt een uitstekende manier om de leerstof tot je te nemen.”

Waarom zouden collega’s ook tutor moeten worden?
“Door anderen iets te leren, leer je zelf ook. In mijn geval haal ik bijvoorbeeld weer kennis op over andere vakken dan kindergeneeskunde. Het is voor jonge dokters ook erg leuk te merken dat je groeit in het geven van onderwijs. En ook in het klinisch redeneren – want daar zijn we natuurlijk voortdurend mee bezig in de studiegroep. Het valt ook prima te combineren met het werk als arts. Voor specialisten zit de meerwaarde erin dat je telkens even buiten het kader en de routine van je eigen specialisme moet kijken. Dat prikkelt, vermoed ik. En voor iedereen – jong of oud – is interactie met studenten heel inspirerend. Als je lesgeven leuk vindt, ga je het tutorschap ook leuk vinden. En de tijd die je erin steekt, krijg je dubbel en dwars terug. Van mijn studiegroepje hoor ik dat ze echt wat hebben aan de brainstormsessies. Dat maakt me blij.”

Een tutor is ook begeleider van het portfolio van zijn studenten en moet de professionele ontwikkeling beoordelen.
“Dat maakt het nog leuker. Twee keer per jaar spreek je de studenten persoonlijk en dan hoor je ook dingen die spelen buiten het studeren om, maar die dat wel kunnen beïnvloeden. Zo leer je ze beter kennen en bouw je een band op. Je kunt dan bijvoorbeeld ook advies geven over leergedrag. Je hoeft de problemen niet zelf op te lossen, we weten naar wie we door kunnen verwijzen.”

Nog even over het tijdsbeslag van zo’n tutoraat.
“Dat valt reuze mee”, stelt Dana. “Je volgt voor aanvang een training over wat het inhoudt, wat er van je wordt verwacht en je oefent met elkaar. Gedurende het jaar zijn er nog enkele intervisiebijeenkomsten waar je aan kunt deelnemen. Voor elke bijeenkomst van de studiegroep moet je de casus doornemen en de docentenhandleiding. En voor de portfoliogesprekken een kort verslag dat elke student aanlevert. Dat is prima te doen.”

Dana Yumani (26) is arts-onderzoeker neonatologie op de afdeling kindergeneeskunde