Doet de wifi het wel?

Sinds de coronamaatregelen van kracht zijn, wordt er bij Amsterdam UMC enkel online lesgegeven en is er bijna alleen nog digitaal contact met studenten. Hoe hou je studenten op afstand bij de les en gemotiveerd? Hoe geef je online interactief college aan 350 studenten tegelijk en zorg je er ook nog voor dat de stof beklijft? We vroegen het psychiater en cursuscoördinator psychisch functioneren en cognitie bij Amsterdam UMC locatie VUmc Ursula Klumpers. “Het allerbelangrijkste is dat je ze in beweging houdt.”

20-05-2020 | 10:36

Enthousiasme of paniek toen in maart bleek dat alles online ging? 
“E-health, online behandelen, online onderwijs; het stond al in allerlei beleidstukken dat dat de toekomst is, maar de toekomst is nu. Ik werk ook als ambulant psychiater en moest dus binnen de kortste keren overschakelen naar online patiëntencontact. Maar als je moet, dan ga je. En je bekwaamt je eigenlijk heel rap. In Nederland was de urgentie er nooit, zoals in Amerika of Australië waar de afstanden veel groter zijn, maar door corona heeft het echt een vlucht genomen. Ook straks zullen we denk ik meer online behandelen en vaker online onderwijs verzorgen. Voor studenten die ver moeten reizen, is het een uitkomst. Bovendien kun je veel makkelijker experts uitnodigen, ook vanaf de andere kant van de wereld. Een absolute meerwaarde wat betreft (inter)nationalisering dus. Toch was ik ook wel blij dat ons onderwijsblok pas in mei ging lopen en we dus de tijd hadden om alles even te overzien.”

Die tijd gebruikten jullie om een blok neer te zetten waarin de student duidelijk centraal staat. Hoe pakten jullie dat aan?
“Allereerst hebben we een stuk of tien studenten in een Zoom-sessie gevraagd hoe zij wilden dat het blok werd ingevuld en waarmee zij geholpen zouden zijn. Daaruit kwamen allerlei tips. Van ‘stuur ons niet de hele tijd announcements, we worden al overspoeld’ tot ‘spreid de activiteiten over de week’. Ook hebben we webinars ontwikkeld over onderwerpen die studenten zelf aandroegen, zoals de multipele persoonlijkheidsstoornis en eetstoornissen. Daarnaast proberen we studenten structuur te bieden door de leerstof, de practica en de opdrachten per week aan te bieden. In plaats van te zeggen: werk dit boek door, over vier weken heb je tentamen, succes ermee! Het gevaar is namelijk, net als met thuiswerken, dat de scheidslijn tussen werk en privé vervaagt omdat die structuur mist.”

Waarom kozen jullie voor webinars
“Kijk, een kleine tutorgroep is wel te overzien in een Zoom-meeting, maar 350 bachelorstudenten op je scherm…? Een webinar is ideaal. Het is live en er zijn heel veel mogelijkheden. Zie het als een tv-uitzending. Je kunt de leerstof echt verlevendigen. Bijvoorbeeld door het met anderen samen te doen. Zo hebben we recent een geweldig webinar gehad met Arjen Brussaard, directeur Amsterdam Neuroscience over ‘Corona in ons brein’.”

Voor het onderwerp ‘online therapie’ wendde je je tot psychiater en webinar-goeroe Bram van der Boom.
“Op het programma stond een practicum psychotherapie. Dat betekende dat 32 groepen met 12 studenten met een arts-assistent van buiten zouden moeten oefenen met een voor hen nieuw vak-onderdeel. Online. Dat was dus gelijk drie stappen omhoog qua moeilijkheidsgraad. Een verplicht webinar leek ons beter. Zo kwamen we bij Bram van der Boom terecht, een van de bekendste psychiaters in online therapie. Echt een goeroe. Samen met hem heb ik een webinar verzorgd – hij vanuit zijn studio in Enschede, ik vanuit huis. En dan merk je: een goede webinar geven is echt een vak apart. Alleen al door de professionele techniek eromheen. Die tips geeft hij ook direct aan zijn volgers: zorg voor een stabiele internetverbinding – liever kabel, dan wifi – en voor een goede koptelefoon. Dat maakt het ook een stuk relaxter. Ik heb mijn eerste webinars even teruggekeken; daar zat ik bijvoorbeeld de hele tijd van spanning met mijn ogen te knipperen. Een collega zei laatst: ‘Het moet wel heel anders zijn. Je hebt niet de adrenaline van 300 studenten voor je neus.’ Dat klopt, maar ik kan je vertellen, je hebt wel de adrenaline van of de wifi-verbinding het wel doet.” 

Hoe hou je studenten bij de les tijdens een webinar? 
“Essentieel is een goede voorbereiding en de juiste techniek. Maar het allerbelangrijkste is dat je ze in beweging houdt. Anders zakken ze onderuit en zijn ze weg. Wij maken bijvoorbeeld gebruik van live feeds via een chatbox of een Q&A. En we gebruiken het programma Participoll, waarmee je tijdens je college vragen kunt stellen en zo studenten betrekt. Dat kan met wordclouds, upvoting (liken, thumbs up) of multiple-choicevragen. Zo dwing je ze om na te denken. Overigens duurt een webinar maximaal een uur. Want dan is de aandacht echt wel op.” 

Hoe weet je of de leerstof aankomt en hou je voeling met de studenten? 
“Door Participoll bijvoorbeeld zie je direct hoeveel mensen er ingelogd zijn en je polst het kennisniveau. Daarnaast zijn er ‘check-in webinars’ om te peilen hoe het gaat met de studenten - hebben ze de stof bestudeerd, zijn er vragen, waar lopen ze tegenaan – en we hebben veel contact via het discussion board en de jaarvertegenwoordiging. Ook geven we veel les in kleine groepen of opdrachten in sub-groepjes. Hoe meer opdrachten, onderlinge samenwerking en terugkoppeling, hoe levendiger het online onderwijs wordt. En dat verlevendigen is soms echt nodig om de stof te laten beklijven. Bij de practicumlijn communicatie zetten we hiervoor bijvoorbeeld ook acteurs in waarmee studenten kunnen oefenen met online behandeling.”

En tentamens? Hoe zit het daarmee?
“Dat is best heel spannend. Tentamens geef je om het onderwijs te toetsen en te kijken of de leerdoelen behaald worden. Niet om het geven zelf. Toch blijkt toetsing ook noodzakelijk om studenten gemotiveerd te houden. In maart was er geen toets en haakten studenten massaal af. Wij gaan nu – als derde blok in coronatijd – een digitale toets afnemen met TestVision, maar dan niet in de ‘tent’, zoals gewoonlijk, maar op afstand.”

Betekent dat ook online surveilleren?
“Nee, studenten zijn altijd slimmer dan wij, dus als ze willen afkijken, dan bedenken ze wel wat. Bovendien, uiteindelijk doen ze het voor zichzelf. Maar we kijken wel naar het slagingspercentage. Dat is nooit 100%. Heeft nu iederéén het tentamen gehaald, dan worden we wel argwanend.”

Heb je nog tips voor andere opleiders die een webinar willen ontwikkelen?
“Ja, zorg voor  een sidekick die de chatbox in de gaten kan houden. Niet alleen om vragen direct te beantwoorden, maar ook om antwoorden mee te nemen in het verhaal dat je vertelt. En werk met meerdere panelleden, zodat je zelf niet naar een leeg scherm zit te kijken.”