Saskia Peerdeman: ‘Hersenen zijn fascinerend’

Met het diploma basisarts kun je alle kanten op. Een speurtocht langs vacaturesites levert maar liefst honderd verschillende beroepen op: van geriater tot hematoloog, van ruimtevaartarts tot cardioloog, van huisarts tot hoogleraar. Saskia Peerdeman koos voor neurochirurgie.

Dat Saskia Peerdeman medicijnen ging studeren was min of meer toeval. “Nee, het zit bij ons niet in de familie en het was ook niet zo dat ik van jongs af aan door dit beroep werd aangetrokken. Ik ben een doener, dus dat gaf wel de richting aan. Maar eerlijk gezegd had ik na mijn middelbare school ook civiele techniek kunnen gaan studeren. Wat de doorslag gaf? Ik werd ingeloot bij geneeskunde en medicijnen is een breed vak, waarmee je nog alle kanten op kunt.”

Tijdens haar studie ontdekte ze al snel haar voorkeur voor chirurgie. “Maar dat het neurochirurgie zou worden, ben ik pas geleidelijk gaan beseffen. Langzaam maar zeker werd het steeds duidelijker dat het iets met de hersenen te maken moest hebben”, aldus Saskia Peerdeman. “Oogchirurgie vond ik ook interessant, maar de functie van het oog is zo beperkt in vergelijking met hersenen. De hersenen fascineren me, want dat bepaalt alles. Niet alleen het lichamelijk functioneren, maar ook de geestelijk en sociale toestand van een mens.”

Om zeker van haar zaak te zijn deed Peerdeman neurochirurgie als haar keuze-coschap. Na haar basisopleiding werkte ze bovendien een jaar als AGNIO.

Spannend

Saskia Peerdeman

Neurochirurgie is een uitdagend  vak, vindt ze. “Mensen denken vaak alleen aan hersentumoren, maar dat is niet terecht. Ook na een hersenbloeding komen patiënten bij een neurochirurg en we behandelen ruggenmerg- en zenuwaandoeningen. En natuurlijk mensen die na een ongeval een hersenletsel hebben. Vooral bij dat laatste is het belangrijk dat je onmiddellijk in actie kunt komen. Een goede neurochirurg is een doener, die in acute situaties snel kan handelen”, meent ze. “Maar je moet ook in staat zijn om geduldig en nauwkeurig langdurige operaties te doen. En je moet handig zijn. Ik heb er plezier in om handvaardig te zijn. Ook thuis doe ik dingen als klussen en naaien.”

Het is niet altijd even gemakkelijk. “Je moet goed met je emoties kunnen omgaan. Dat speelt bijvoorbeeld bij overleden slachtoffers van ongevallen, waar je als neurochirurg de donorkwestie met de familie moet bespreken. Het gaat vaak om nog jonge mensen, wat het des te triester maakt. Het is een van de moeilijkste kanten van het vak. Ik doe het altijd, maar je went er nooit aan.”

Het vermijden van complicaties bij een operatie is van essentieel belang. “De consequenties voor een patiënt kunnen zo enorm groot zijn. Een enkele keer lig ik daar ’s nachts wakker van”, bekent ze. “Dan ga ik na welke stappen ik heb genomen en of ik het niet beter anders had kunnen aanpakken. Ik ben pas gerustgesteld als ik tot de conclusie ben gekomen dat ik het een volgende keer weer precies zo zou doen. En natuurlijk neem ik elke denkbare voorzorg om problemen te voorkomen, maar soms gebeurt dat gewoonweg.”

Goed communiceren

Het vak neurochirurgie is in de loop van de tijd sterk veranderd. “De menselijke component is veel belangrijker geworden. Je moet niet alleen technisch vaardig zijn, je moet ook goed kunnen communiceren. De competenties zoals die in het nieuwe curriculum staan omschreven, geven dat goed weer. Maar je moet bijvoorbeeld ook goed met twee ogen kunnen zien en natuurlijk drie dimensioneel kunnen denken om in hersenen te kunnen opereren.”

Als Peerdeman indertijd was uitgeloot, was ze nu civiel ingenieur en had ze bruggen gebouwd. “Was misschien ook leuk geweest, maar neurochirurgie is echt mijn vak.”