Ben Slotman en radiotherapie

Ben Slotman

“Dat ik arts zou worden stond vast toen ik nog maar nauwelijks kon praten, maar dat ik uiteindelijk radiotherapeut ben geworden is zuiver toeval”, begint Ben Slotman, afdelingshoofd radiotherapie, zijn verhaal. “Eigenlijk wilde ik internist worden. Ik had radiotherapie wel serieus overwogen, maar dacht dat de afstand naar patiënten erg groot zou zijn. En ik wilde juist veel met patiënten te maken hebben.”

 

Opleidingsplaats

Internist worden bleek echter niet zo eenvoudig. Toen Slotman zijn artsexamen achter de rug had, had hij nog geen opleidingsplaats voor interne geneeskunde. Hij besloot de wachten tot er ruimte kwam. “Ik werd gevraagd of ik een tijd bij verloskunde en gynaecologie wilde werken. Voorwaarde was wel dat ik geen gynaecoloog wilde worden, omdat ik buiten de normale sollicitatieprocedure werd aangenomen, want ook daar waren de opleidingsplaatsen bezet. Dat was geen enkel probleem voor mij, want ik wist absoluut zeker dat ik dat niet wilde.”

Zijn werkterrein lag voornamelijk in de oncologische gynaecologie en dat opende zijn ogen. “Een radiotherapeut staat helemaal niet ver van patiënten af, het tegengestelde bleek waar.” De technische aspecten die hem al eerder aantrokken, bleken gecombineerd te zijn met een intensief contact met patiënten. Hij wijt het misverstand aan de karige aandacht die tijdens de basisartsopleiding aan radiotherapie werd besteed.

 

Techniek belangrijk

Radiotherapie is een vak waarin techniek erg belangrijk is. De bestraling moet uiterst nauwkeurig worden gericht en het resultaat staat of valt met de dosering. De ontwikkelingen, zowel op medisch gebied als wat betreft de apparatuur en software, gaan bovendien erg snel. Daaraan levert VUmc een grote bijdrage. “Zo hebben we hier in een vroeg stadium nieuwe technieken toegepast en in samenwerking met de industrie software ontwikkeld waarmee we tumoren die door de ademhaling bewegen, kunnen bestralen. Dat heeft de behandeling van long- en bovenbuiktumoren aanzienlijk verbeterd.”

Voor die tijd kon bij bewegende longtumoren slechts een beperkte bestralingsdosis worden toegediend. Anders zou te veel gezond weefsel worden aangetast. Met behulp van hoge precisie stereotactische radiotherapie kan een veel hogere bestralingsdosis worden gegeven. Tijdens het maken van een 4D CT- scan wordt de ademhaling van de patiënt geregistreerd, zodat de beweging van de tumor en het gezonde weefsel tijdens de ademhaling zichtbaar zijn. Hierdoor kan worden volstaan kleinere veiligheidsmarges, waardoor de bestralingsvelden klein zijn en er drie tot vijfmaal hogere doses kunnen worden toegediend. Het resultaat is dat de kans op het onder controle krijgen van de tumor meer dan verdubbelt.

 

Hecht contact

Maar naast die innovatieve techniek heeft een radiotherapeut een hecht contact met patiënten en hun familie. “Ze komen hier gedurende langere tijd in een heel cruciale periode in hun leven. Tweederde van de mensen die hier worden behandeld komen voor genezing, de rest behandelen we palliatief. Maar in beide gevallen zijn de gesprekken natuurlijk heel intensief.” Wat het vak in zijn ogen extra aantrekkelijk maakt, is dat de patiënten vanuit alle specialismen kunnen komen. “Ik behandel patiënten letterlijk van top tot teen. Van een tumor in de hersenen tot een gezwel aan de voeten..”

Jaarlijks krijgen ruim 70.000 patiënten te horen dat zij kanker hebben. Inmiddels overleeft ongeveer vijftig procent van hen. Bij de helft is dat door chirurgisch ingrijpen, bij tien procent is chemotherapie de belangrijkste factor en bij veertig procent, 14.000 patiënten, is het radiotherapie die voor de genezing doorslaggevend is. “Radiotherapie levert een belangrijke bijdrage aan de gezondheidszorg. Er zou daarom tijdens de opleiding veel meer aandacht aan dit vak moeten worden besteed”, meent Slotman.