Gerrolt Jukema: ‘Het leven van een traumatoloog wordt nooit een sleur’

Met het diploma basisarts kun je alle kanten op. Een speurtocht langs vacaturesites levert maar liefst honderd verschillende beroepen op: van geriater tot hematoloog, van ruimtevaartarts tot cardioloog, van huisarts tot hoogleraar. Gerrolt Jukema koos voor traumatologie.Gerrolt Jukema

Een grote poster met een paard en röntgenopnames van de gebroken en genezen botten is niet iets wat je verwacht in een ziekenhuis. Toch neemt de plaat een prominente plaats in, in de kamer van Gerrolt Jukema. “Oók een patiënt van mij”, legt hij uit. “Een zes weken oud merrieveulentje had in de wei haar been gebroken. Het was een arabier uit een bijzondere bloedlijn, dus er was de eigenaar alles aan gelegen om haar voor de fokkerij te behouden. Ik heb haar toen samen met een dierenarts geopereerd en een speciale Russische Ilizarov Fixateur Externe aangebracht. Dat is een zeer sterk metalen raamwerk waarmee de botstukken in de goede stand worden vastgezet. Bij mensen is dat voor mij een gebruikelijke procedure, maar het was wereldwijd de eerste keer dat het bij een paard werd toegepast. Het is helemaal goed gekomen met dit paard en dat is uniek.”

Bromvliegen

Het genezen van complexe fracturen is één van de speciale aandachtsgebieden van Jukema. Niet alleen is hij een frequent gebruiker van de fixateur, ook osteomyelitis, een ontsteking van bot of beenmerg, heeft zijn speciale belangstelling. “Als je dat niet goed aanpakt moet een ledemaat worden geamputeerd. We doen er alles aan om dat te voorkomen.” Eén van de maatregelen die Jukema tien jaar geleden heeft geïntroduceerd is het gebruik van maden. Hij zet larven van de bekende groene bromvlieg (Lucilia sericata) in, om dood weefsel te verwijderen. “Deze maden eten alleen dood vlees en ze kunnen dood en levend weefsel veel beter onderscheiden dan het menselijk oog. Bovendien doden ze de ziekmakende bacteriën en produceren ze enzymen die de groei van nieuw, schoon weefsel stimuleren.”

De maden komen uit een Duits laboratorium dat is gespecialiseerd in de kweek van deze vliegen. Ze zitten tegenwoordig in kleine zakjes van een soort gaas, de zogenaamde biobags, waardoor de maden bij de wond kunnen komen, zonder echt erin rond te kunnen kruipen. “Toen ik deze techniek voor het eerst toepaste, bestonden de biobags nog niet en moesten we met verband proberen te voorkomen dat de vliegenlarven ontsnapten. Dit is voor patiënt en verpleegkundigen natuurlijk veel prettiger. De meeste patiënten hebben nauwelijks last van de maden, want je voelt ze eigenlijk niet. Het enige nadeel is dat het een tijdsintensieve behandeling is, omdat het verband regelmatig moet worden verwisseld.”

Spannend beroep

Jukema wist al vroeg dat hij geneeskunde wilde studeren. “Een vriend van mijn ouders was plattelandsarts. Zo’n ouderwetse huisarts die nog bevallingen deed, maar ook verstand had van sportblessures en een eigen apotheek had. Ik was daar vaak te vinden. Al vroeg tijdens de co-schappen dacht ik aan traumatologie en in het eerste jaar van de opleiding tot chirurg wist ik het zeker. Dat betekende wel dat ik toen ik eenmaal chirurg was, nog twee jaar verder in opleiding moest.”

De vraag naar traumatologen neemt alleen maar toe, verwacht hij. “In 2007 kregen we hier nog 211 patiënten met meerdere aandoeningen, de zogenaamde polytrauma’s, op de spoedeisende hulp binnen. In 2008 steeg dat tot 270 patiënten. Meer dan de helft van deze patiënten heeft een verkeersongeluk gehad. En het verkeer neemt alleen maar toe, dus het aantal verkeersslachtoffers ook. Bovendien worden mensen steeds ouder. Een negentigjarige opereren is op dit moment al helemaal niet bijzonder meer.”

Altijd onverwachts

Wat hij het meest aantrekkelijke vindt van zijn vak is dat het nooit een sleur wordt. Een nieuwe patiënt komt altijd onverwachts. Het is dan ook bepaald geen beroep voor iemand die aan vaste werktijden hecht. “Je moet snel en helder kunnen analyseren wat er aan de hand is, want het gaat vaak om polytrauma’s. En je moet besluitvaardig zijn, want de eerste acties kunnen allesbepalend zijn voor het verdere verloop.”

Zijn invalshoek is dat hij zijn patiënten zo snel mogelijk in hun oude situatie wil terugbrengen. “Ik heb eens een patiënt gehad die in een vriescel bezig was om met een heftruck een pallet van een stelling naar beneden te verplaatsen. De pallet bleek gebroken en hij werd bedolven onder honderden kilo’s bevroren vlees. Pas bij de koffie werd hij door zijn collega’s gemist. We zijn een hele dag bezig geweest met het opereren van deze patiënt. Dankzij onze aanpak herstelde hij vrijwel volledig. Als deze man in de WAO terecht was gekomen had zijn leven er nu heel anders uitgezien. Nu kon hij zich zes maanden na het ongeluk weer bij zijn werkgever melden. De arbo-arts kon het niet geloven en belde mij op of de man écht weer aan het werk kon. Op zoiets kan ik tevreden terugkijken.”