Robertine van Baren: ‘Breedte van het vak maakt kinderchirurgie aantrekkelijk’

Met het diploma basisarts kun je alle kanten op. Een speurtocht langs vacaturesites levert maar liefst honderd verschillende beroepen op: van geriater tot hematoloog, van ruimtevaartarts tot cardioloog, van huisarts tot hoogleraar. Robertine van Baren koos voor kinderchirurgie.

“Bij mijn keuze voor kinderchirurgie speelden veel zaken een rol. Het omgaan met kinderen is een aantrekkelijk facet. En met de ouders natuurlijk, want je krijgt de kinderen nooit alleen. Ik heb geen voorkeur voor een bepaalde leeftijd. Ik heb patiënten van 500 gram tot 120 kilo en juist die afwisseling maakt het spannend”, meent Robertine van Baren.

Hoewel je anders zou vermoeden heeft ze als kinderchirurg veel contact met haar patiënten. “Chirurgie is méér dan opereren alleen”, stelt ze vast. “In de polikliniek zien we kinderen met bijvoorbeeld een liesbreuk, maar ook met aandoeningen die aanvullend onderzoek vereisen. Ook pasgeborenen met een aangeboren afwijking, zoals bijvoorbeeld een afsluiting van de slokdarm, komen bij ons terecht. En dan heb je natuurlijk de acute zorg, variërend van een blindedarmontsteking tot kinderen die bij een ongeluk betrokken zijn geweest.”

De relatie met kinderen is vaak erg goed. “Lang niet alle kinderen zijn bang voor artsen. Zeker onder de chronische patiëntjes zijn er kinderen die, zelfs tot verbazing van hun ouders graag hier komen. Ze weten de doos met speelgoed in mijn spreekkamer blindelings te vinden.”

Impact

Ze kwam er pas later achter dat ze arts wilde worden. Aanvankelijk zag ze een toekomst voor zich als fysisch geografe. “Tijdens het eerste jaar ontdekte ik dat het vak voor mij te weinig mensgericht was. Wat maakt het uit hoeveel zandkorreltjes er wegspoelen tijdens een regenbui? Ik had al eens een voorlichtingsdag geneeskunde bezocht, dus een nieuwe keuze was snel gemaakt.

Robertine van Baren

Dat ik na de basisarts-opleiding chirurgie ben gaan doen, had alles te maken met de breedte van het vak en het handvaardige aspect. Ik mocht altijd al graag fröbelen; zo maakte ik bijvoorbeeld ook zelf kleding. Bovendien levert het een mooie patiëntenmix op. Een deel kun je namelijk gewoon ‘fixen’. Verwijder een ontstoken blindedarm en de patiënt gaat meestal snel en volledig genezen naar huis. Een ander deel heeft ingewikkeldere aandoeningen en daar bouw je juist weer langdurige contacten mee op.

In het vierde of vijfde jaar van de opleiding tot chirurg liep ik een stage kinderchirurgie. Dat bleek nog veel interessanter dan de gewone chirurgie. Het vereist het fijnere handwerk, vergelijkbaar met vaatchirurgie. De ziekten waaraan kinderen lijden zijn anders. Pasgeborenen met aangeboren afwijkingen zullen niet door een algemeen chirurg behandeld worden. De oncologische ingrepen zijn anders, omdat kinderen andere typen tumoren hebben.

Meer vrouwen

Chirurgie, en ook kinderchirurgie, is nog steeds een mannenbolwerk, al komen er steeds meer vrouwelijke chirurgen. Toen Van Baren begon was ze de enige vrouw in haar jaar die voor de chirurgie opleiding werd aangenomen. “Onder mijn acht collega’s zijn drie vrouwen. Parttime werken is mogelijk en ook jonge mannelijke chirurgen willen tegenwoordig vaker in deeltijd werken”.

Voor deze specialisatie heeft ze, na de zes jaar chirurgie, nog twee jaar lang een vervolgopleiding gedaan. “In totaal heb ik er dus veertien jaar over gedaan om kinderchirurg te worden, maar gelukkig krijg je als je eenmaal basisarts bent wel een salaris. Nee, ik heb er nooit spijt van gehad dat ik kinderchirurg ben geworden.”