Menno Visser: ‘Ik wil jonge mensen laten begrijpen hoe het zit’

Met het diploma basisarts kun je alle kanten op. Een speurtocht langs vacaturesites levert maar liefst honderd verschillende beroepen op: van geriater tot hematoloog, van ruimtevaartarts tot cardioloog, van huisarts tot hoogleraar. Menno Visser koos voor docent.

Menno Visser

Ursula Wopereis

Als arts ga ik de wijde wereld in, dacht Menno Visser voor hij geneeskunde ging studeren. “Toen ik in 1989 afstudeerde als basisarts was het moeilijk om in Nederland een baan te vinden. Ik vetrok naar Bagdad en heb daar zes maanden gewerkt als assistent neurochirurgie. Twee weken voor de Golfoorlog uitbrak ben ik teruggegaan. Net op tijd, collega’s werden nog een tijdje vastgehouden als gijzelaar. Vervolgens heb ik twee jaar op de spoedeisende hulp in Canterbury gewerkt en in Nederland als arts op de SEH in Purmerend, bij het GAK en in een verpleeghuis. Daarna ben ik nog drie jaar SEH-arts in Saoedi-Arabië geweest - de cultuur en de mensen in het Midden-Oosten hebben me altijd erg aangetrokken. Na mijn buitenlandse omzwervingen ben ik op zoek gegaan naar iets wat ik de rest van mijn leven wilde doen. Voor ik werd ingeloot voor geneeskunde heb ik twee jaar de lerarenopleiding biologie/natuurkunde gedaan. Ik kom uit een onderwijsfamilie en vind ik het erg leuk om met jonge mensen te werken.”

Visser kon bij VUmc aan de slag als docent algemeen coschap. Inmiddels is hij docent en coördinator van het Klinisch Training Centrum (KTC). “Die combinatie maakt het afwisselend. Ik geef les en organiseer de dagelijkse gang van zaken op het KTC. Ik verwerk roosteraanpassingen, stuur simulatiepatiënten aan en ben betrokken bij het onderwijs en de vervolgstages in de masterfase. Daarnaast begeleid ik zij-instromers uit het buitenland. Dat zijn artsen uit bijvoorbeeld Columbia, Rusland of Afghanistan die hier als vluchteling of via relatievorming terecht komen. Mijn buitenlandse ervaring komt me daarbij goed van pas; ik weet hoe het is om te werken als je de omgeving en taal niet goed kent. De heimwee naar de kliniek is met de jaren verminderd. Ik heb hier mijn draai gevonden.”

De X-factor

Artsen denken vaak dat onderwijs vanzelf gaat, maar doceren is een vak apart, vindt Visser. “Ik ben veel betrokken geweest bij het ontwerpen van onderwijs. Of ik nu les geef of een syllabus samenstel, ik vraag me altijd af hoe ik de stof als student zou willen bestuderen. De lesstof benader ik heel basaal, iedereen moet het kunnen begrijpen. Als docent draag je niet alleen je kennis en ervaring over, je bent ook performer. Je moet studenten weten te boeien, anders haken ze af. Ik heb een module Theatervaardigheden in het onderwijs gevolgd en probeer onze docenten daarin te scholen. Door je in je gehoor te verplaatsen, een spanningsboog op te bouwen, regelmatig van presentatiestijl te wisselen en anekdotes en missers te bespreken houd je niet alleen de aandacht vast, de interactie wordt ook leuker. Daardoor onthouden studenten bovendien de stof beter en dat motiveert hen om verder te gaan. Entertainment is geen doel op zich, maar een middel om effectief kennis over te dragen. Wat me het meest voldoening geeft? Als studenten zeggen dat ze veel aan een les hebben gehad en eindelijk begrijpen hoe het zit. Dat is wat ik hen wil meegeven: inzicht in de medische processen en principes. Die basis is op alles toepasbaar.”