Bachelor geneeskunde jaar 3

De bacheloropleiding bestaat uit drie jaar. Het derde jaar van de bachelor geneeskunde bestaat uit twee semesters, waarbij het eerste semester is opgebouwd uit de minor en de bachelorthesis en het tweede semester uit vijf cursussen. In het derde jaar wordt de academische klinische wetenschappelijke vorming van de bachelor afgesloten met het schrijven van de bachelorthesis. Tijdens het eerste semester is er ruimte voor profilering en verbreding door de minor en de bachelorthesis, waarbij je zelf het onderwerp kunt bepalen. Tijdens het tweede semester komen tijdens de thematische cursussen de mechanismen van veel voorkomende ziekten vanuit het perspectief van klinisch redeneren aan de orde.

VUmc-compas_3

Eerste semester


Minor

In het programma van de bacheloropleiding is een minor opgenomen van 24 EC. De minor volg je in het eerste semester van het derde studiejaar. De opleiding vindt het belangrijk dat je je jezelf gedurende een periode kunt verdiepen in een onderwerp dat jou interesseert en waarmee je jezelf kunt profileren. Daarom ben je vrij in de keuze van het onderwerp van de minor. Je kunt de minor volgen binnen de opleiding middels de facultaire minor 'International minor VUmc Medical Sciences', bij een andere faculteit of aan een andere universitaire instelling in binnen- of buitenland. 

Volgen van een minor buiten de opleiding

In plaats van de facultaire minor kun je een minor volgen aan een andere universitaire instelling in binnen- en buitenland. Hiervoor moet je eerst toestemming vragen aan de Deelexamencommissie geneeskunde. Voor de criteria waaraan de minor moet voldoen en de voorwaarden voor het aanvragen van goedkeuring kun je terecht bij de Examencommissie. Let erop dat je enkele maanden voor aanvang een verzoek indient. Internationale studenten van samenwerkingsverbanden worden via de International Office van de VU geplaatst. 

Bachelorthesis

Aan het eind van het eerste semester schrijf je de bachelorthesis. De bachelorthesis is het academisch eindwerk van de major van de bacheloropleiding. Je kunt hiervoor dan ook geen vrijstelling krijgen. Op basis van zelf uitgevoerd onderzoek schrijf je de thesis. Doordat de thesis na de minor geprogrammeerd is, heb je de gelegenheid (en dat is ook aan te bevelen) om tijdens de minor al te starten met de thesis en zo het onderwerp van je minor te koppelen aan de thesis. Dit is zeer goed mogelijk als je de facultaire minor volgt, omdat deze onderzoeksgericht is. Overleg hierover bijtijds met de minor-module coördinator en/of docenten van de minor die je volgt. Zie ook de informatie over de bachelorthesis.

Tweede semester


Opbouw studieweek

Tijdens de bachelor werk je elke week vanuit een ander patiëntprobleem. Dat probleem vormt het uitgangspunt voor het onderwijs van de week. Je hebt per week twaalf onderwijscontacturen bestaande uit hoorcolleges, studiegroepbijeenkomsten en practica. Aan het eind van de laatste week van de cursus leg je het tentamen van de cursus op de vrijdag af. Hoe zo'n gemiddelde week eruitziet, zie je in het schema hieronder. 

Schema jaar 3

Hoorcolleges

Tijdens de week heb je een aantal colleges. Je begint de week met een patiëntcollege. Tijdens dat college maak je kennis met de patiënt. Het klinisch redeneren, waarbij je op systematische wijze de complexe klacht van een patiënt leert analyseren en via de diagnose tot een therapie komt. Tijdens colleges wordt ook moeilijke studiestof nader toegelicht, aandacht besteed aan maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in de medische wetenschap in relatie tot de stof die in het weekthema aan de orde komt.

Studiegroep

De studiegroep van het derde studiejaar heeft een andere opzet dan in jaar 1 en jaar 2, namelijk volgens het Team Based Learning principe. Vooraf bereid je je goed voor, aan het begin van de studiegroep maak je een toets, waarna je de toetsvragen in een groepje van zes bespreekt. Tevens werk je gezamenlijk een patiëntprobleem uit. Na afloop van de studiegroep is een Expert College, waar de vragen die geformuleerd zijn tijdens de studiegroep besproken worden. Die studiegroep bestaat uit twaalf studenten onder leiding van een tutor.

Practicum

Elke week doe je twee practica. Eén practicum is gewijd aan het aanleren van vaardigheden die je nodig hebt om een goede arts te worden, zoals gesprekken voeren en lichamelijk onderzoek doen. Het tweede practicum is gericht op verdieping en illustratie van de studiestof van de cursus, zoals anatomie of fysiologie.