Professionele ontwikkeling

Inleiding

Professionele ontwikkeling staat voor groei in professionaliteit. Professionaliteit is hét kenmerk van een goede arts die over competenties beschikt zoals goed kunnen communiceren, reflecteren en organiseren.
Bij professionele ontwikkeling gaat het om goed zijn en goed blijven in je vak. Als student maak je hiermee een begin en als je eenmaal arts bent ga je daar je leven lang mee door. Tijdens je hele carrière blijf je jezelf verder ontwikkelen. Daarbij gaat het niet alleen om medisch inhoudelijke kennis, maar juist ook om de niet-“technische” medisch inhoudelijke  competenties.

Een goede dokter kan derhalve meer dan alleen medische kennis toepassen. Je hebt naast  je kennis, ook vaardigheden en een juiste attitude nodig. Dit noemen we de Academische Beroepsgebonden Competenties (ABC)  die , afhankelijk van de situatie, beurtelings of simultaan worden ingezet.

In VUmc School of Medical Sciences verdelen we de competenties in de volgende acht rollen van een arts: medisch expert, communicator, academicus, gezondheidsbevorderaar, samenwerker, organisator, beroepsbeoefenaar en reflector. Deze acht rollen zijn met elkaar verweven in acht thema’s die we leerlijnen noemen [tabel]. De leerlijnen samen vormen de onderwijslijn professionele ontwikkeling.

Masteropleiding

Tijdens de masteropleiding geneeskunde loopt de onderwijslijn professionele ontwikkeling [PO] als een rode draad door alle jaren en coschappen heen. De student oefent tijden de coschappen alsook in KTO en symposia de competenties die een arts nodig heeft en krijgt gerichte concrete feedback, zo mogelijk gebaseerd op directe observaties. In de loop van de opleiding neemt het niveau en de complexiteit toe en leren de studenten kennis, vaardigheden en gedrag te integreren in steeds meer complexe situaties, waarbij het accent geleidelijk (deels) verlegd wordt van expliciet naar impliciet. Bv. in het eerste coschap in masterjaar 1 oefen je separate competenties. Je ziet voor het eerst patiënten op de polikliniek voor consulten of je neemt voor het eerst een patiënt op. In masterjaar 3 integreer je in de semiartsstage alle geleerde competenties en functioneer je als (bijna) zaalarts voor een klein zaaltje met patiënten of heb je eigen polispreekuren . Deze ontwikkeling geldt niet alleen voor vaardigheden maar ook voor aspecten van professioneelgedrag (PG), hetgeen bij alle opeenvolgende coschappen integraal en onlosmakelijk (mede-) beoordeeld wordt.

Portfolio
Studenten verwerken en integreren leerdoelen, leerervaringen en feedback uit zowel de coschappen als KTO en symposia gedurende de drie masterjaren in een portfolio (PTF) (zie ook het document PTF op blackboard). Hierbij gebruiken zij de ontvangen feedback als basis voor het opstellen van hun (nieuwe) leerdoelen. De leerdoelen zijn verankerd in het longitudinaal portfolio en de docenten/tutoren en coschapbegeleiders begeleiden en ondersteunen de studenten hierbij. Het masterportfolio dient vooral om de groei in professionele ontwikkeling inzichtelijk te maken en is een belangrijk instrument voor studenten om hier zelf sturing aan kunnen geven. De ervaring met PTF komt later als arts in een vervolgopleiding goed van pas, aangezien gebruik van een PTF hier gemeengoed is.

(Overig) PO-onderwijs
Naast het reguliere onderwijs in de coschappen is aan diverse coschappen ook nog een thema van professionele ontwikkeling gekoppeld dat in het KTO belicht wordt. Daarnaast zullen bepaalde PO-lijnen aan de orde komen in terugkerend KTO-onderwijs zoals communicator/reflector (intervisiebijeenkomsten) en verscheidene (facultatieve) workshops (beroepskeuze & loopbaanoriëntatie). In elk masterjaar worden vier symposia georganiseerd, deze symposia worden door de deelnemers
buitengewoon goed gewaardeerd. Studenten mogen zelf een keuze maken uit het actuele aanbod en dienen aan 2 van de 4 symposia in een masterjaar deel te nemen. In de symposia worden PO thema’s belicht waarbii speciale nadruk ligt op integratie van competenties/items die nog niet of onvoldoende aan bod zijn geweest, en op de rol van de arts in de toekomstige zorg. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de actualiteit. Tijdens de symposia worden verschillende interactieve, werkvormen gebruikt zoals lezingen, documentaires, workshops en theater. Voorbeelden van onderwerpen zijn: sollicitatietraining, eHealth, Clinical leadership en Global Health.

Figuur CanMedsrollen
CanMedsrollen1

Leerlijn
Thema
Coördinator
Professioneel gedrag
Omgaan met elkaar als (toekomstige) professionals

(medisch expert, communicator, samenwerker, organisator, beroepsbeoefenaar, reflector)
Mw. Drs. M.C. Mak- van der Vossen
Interculturalisatie en diversiteit
Omgaan met verschillende culturen en diversiteit

(medisch expert, communicator, beroepsbeoefenaar, gezondheidsbevorderaar, samenwerker, reflector, organisator, academicus)
Mw. Dr. P. Verdonk
Patiëntveiligheid
Patiëntveiligheid

(medisch expert, communicator, organisator, academicus, samenwerker, beroepsbeoefenaar, reflector)
Mw. Dr. M. de Bruijne
Medische ethiek en recht
Omgaan met ethische en juridische vraagstukken

(medisch expert, beroepsbeoefenaar, gezondheidsbevorderaar, reflector, samenwerker)
Mw. Dr. Y. Voskes
Medische communicatie
Professionele communicatie met patiënten en collega's

(medisch expert, communicator, samenwerker, reflector)
Mw. Drs. J. van de Kreeke
Loopbaanoriëntatie en beroepskeuze
Carrièreplanning, beroepskeuze en loopbaanoriëntatie

(medisch expert, academicus, beroepsbeoefenaar, reflector)
Mw. Drs. K. Reefman
Reflectie
Reflecteren op eigen functioneren

(medisch expert, communicator, reflector)
Mw. Drs. V. Selleger
Academische vorming
Kennis en wetenschap state of the art

(medisch expert, academicus)

Prof. Dr. G. Widdershoven