Toetsing master

Voorbereidend coschap (VCP)
In het Voorbereidend coschap worden de algemene klinische vaardigheden onderwezen die je nodig hebt in de klinische fase van de geneeskunde opleiding.
De volgende beoordelingen vinden plaats:
•    Stagebeoordeling Voorbereidend coschap (STB-VCP)    
Bij deze toets wordt je beoordeeld op professioneel gedrag.
•    Stationsexamen Voorbereidend coschap (STAT-VCP)
Bij het stationsexamen word je in 7 verschillende ‘stations’ beoordeeld door een observator (getrainde deskundige dan wel getrainde simulatiepatiënt) met een beoordelingsformulier of checklist. In sommige gevallen is er geen observator maar wordt een product beoordeeld (schriftelijk station). Om de werkelijkheid zo veel mogelijk te benaderen wordt in diverse stations gebruik gemaakt van fantomen, simulatiepatiënten of proefpersonen en wordt apparatuur ingezet. Je hoort vooraf welke potentiële stations je kunt verwachten.

KTO
In het KTO is er expliciet tijd en aandacht is voor klinisch redeneren op basis van een aantal klinische condities en bijbehorende ziektebeelden en voor het aanleren van discipline specifieke vaardigheden.
•    Stagebeoordeling KTO (STB-KTO),
Bij deze toets word je door de beoordelaar (docent KTO) beoordeeld op je functioneren in het KTO je,  professioneel gedrag en de mate van zelfstandigheid. Je krijgt feedback (sterke punten en verbeterpunten) op de competentiedomeinen. De beoordelaar maakt hierbij gebruik van het ingevulde feedbackboekje voor het onderdeel KTO.    
Naar aanleiding hiervan formuleer je leerdoelen, die je meeneemt naar het coschap.   
•    Entreetoets
De entree toets is een digitale casusgestuurde computertoets, bestaande uit multiple-choice-vragen, multipele-response vragen en open vragen met korte antwoorden. De entreetoets meet je kennis en jouw vermogen tot klinisch redeneren. Met het resultaat kun je hiaten in je kennis vaststellen.  

Zowel de STB als de entreetoets is bedoeld om richting te geven aan je leerproces. Naar aanleiding van beide toetsen formuleer je leerdoelen die je tijdens het KTO met de KTO-docent bespreekt en bij aanvang van het coschap ook doorneemt met de coschap begeleider. De leerdoelen neemt je op in het portfolio.

Coschap
Tijdens de coschappen maak je deel uit van het (poli)klinisch behandelteam en voer je onder supervisie, zelfstandig taken uit.
De volgende beoordelingen vinden plaats:
•    Stagebeoordeling Coschap (STB-Coschap)
Deze beoordeling bestaat 2 deeltoetsen die je beide met een voldoende af dient te sluiten om voor de toets Stagebeoordeling Coschap een voldoende te krijgen. Het uiteindelijke cijfer voor de toets STB Coschap wordt berekend uit de cijfers voor beide deeltoetsen:
o    Functioneren op de werkplek (inclusief professioneel gedrag)
Het functioneren in de praktijk richt zich, naast een beoordeling van professioneel gedrag, op jouw prestaties in de authentieke werksituatie
Kennis, vaardigheden en gedrag worden in de klinische praktijk geïntegreerd getoetst op basisartsniveau via diverse korte praktijkbeoordelingen. Het gaat hierbij om beoordelingen van klinisch consulten, farmacotherapeutische consulten, referaten, patiëntpresentaties, PICO’s en klinische vaardigheden.
o    Klinisch redeneren
De toets klinisch redeneren is een mondelinge toets en wordt aan het eind van het coschap afgenomen. Je wordt beoordeeld op je vermogen tot klinisch redeneren binnen de discipline. Hiermee wordt ook jouw kennisniveau beoordeeld.


Profileringsjaar
Het profileringsjaar, het laatste jaar van de opleiding, kun je op verschillende manieren invullen.
De coschappen die onder het profileringsjaar  vallen zijn: Keuzecoschap, Wetenschappelijke stage en Semi-artsstage. Het keuzecoschap kan afzonderlijk gelopen worden, en kan ook gekoppeld worden aan een van de andere coschappen van het profileringsjaar
De volgende beoordelingen vinden tijdens het profileringsjaar plaats:

•    Stagebeoordeling semi-artsstage
Met de stagebeoordeling semi-artsstage wordt jouw functioneren als semi-arts op de werkplek beoordeeld, gedurende 16 weken. Er vindt een tussenbeoordeling plaats na 6 weken en een eindbeoordeling aan het einde van het coschap. Je gebruikt een feedbackboekje en je  krijgt feedback op klinische beoordelingen, farmacotherapeutische consulten, uitvoeren van discipline specifieke vaardigheden, referaten en PICO alsook een klinische les.  Ook houd  je een persoonlijk ontwikkelplan bij.

•    Stagebeoordeling schakelstage
Als je ervoor kiest om een schakelstage te doen in masterjaar 3, dan word je beoordeeld met een stagebeoordeling schakelstage. Deze is vergelijkbaar met de semiartsstage doch er vindt toetsing plaats van extra competenties horend bij de schakelstage. Je krijg  een tussenbeoordeling na 6 weken en na 16 weken en een eind beoordeling aan het einde van het coschap (na 24 weken).

•    Toets wetenschappelijke stage
Halverwege de wetenschappelijke stage krijg je een tussenbeoordeling. Aan het eind van de wetenschappelijke stage word je beoordeeld op drie verschillende punten (het stageproces, de voordracht en het stageverslag.  De begeleider bespreekt tevens jouw reflectieverslag met je. De definitieve eindbeoordeling vindt voor interne stages plaats door een onafhankelijk referent van de Commissie Wetenschappelijke stages.  

•    Toets keuzeonderwijs
Je kiest voor het keuzeonderwijs een of twee verschillende keuzeonderwijsmodules. Elke module wordt afzonderlijk getoetst met het ‘Beoordelingsformulier keuzeonderwijs’. Per module keuzeonderwijs wordt een cijfer gegeven; ieder cijfer zal ook op je artsenbul komen te staan. Alle keuzeonderwijsmodules dienen met een voldoende beoordeeld te zijn.
Voor het keuzeonderwijs dat wordt ingezet als verlenging van de wetenschappelijke stage zie: Toets verlengde wetenschappelijke stage in de link hierboven.

Longitudinale toetsing
Tijdens de masteropleiding loopt het onderwijs professionele ontwikkeling door het gehele programma. Je wordt getoetst  middels het portfolio en het landelijk voortgangstentamen. Het portfolio en het landelijke voortgangstentamen worden op vaste punten tijdens de opleiding beoordeeld.

•    Portfolio
Het portfolio is een instrument om je groei in professionele ontwikkeling te begeleiden en te beoordelen. Het portfolio bestaat uit een verzameldeel en een ontwikkeldeel. In het verzameldeel verzamel je feedback, beoordelingen, cijfers, certificaten. In het ontwikkeldeel reflecteer je op je competentieontwikkeling. Je stelt daarbij leerdoelen op en werkt hier gericht aan. Aan het einde van het jaar stel je individueel ontwikkelingsplan op (IOP) dat wordt beoordeeld.

•    Landelijk voortgangstentamen
Het voortgangstentamen is een landelijke, interfacultaire schriftelijke toets die vier keer per jaar wordt afgenomen in elk jaar van de masteropleiding. De toets meet je voortgang in kennisontwikkeling gedurende de studie door jouw kennisniveau te meten en bij de waardering het niveau van de basisarts als referentiekader te kiezen. Iedere voortgangstoets kan beoordeeld worden met een onvoldoende, voldoende of goed.

Meer informatie?
Uitgebreide informatie per studieonderdeel vind je in de studiegids 2016-2017 of op de betreffende course op Blackboard (onder het kopje Assessment) of in het Onderwijs- en Examenreglement.