BA Geneeskunde

Welkom bij de opleiding geneeskunde aan VU medisch centrum (VUmc).
Dit is inmiddels het zevende jaar dat het vernieuwde onderwijsprogramma - VUmc-compas - van start gaat. Het is een goed programma waarin je wordt opgeleid tot een uitstekende dokter. Studenten hebben actief meegedacht en meegewerkt aan de ontwikkeling van het VUmc-compas. Het is een competentiegericht programma en leidt artsen op die hun werk met compassie (meeleven) uitvoeren. Het motto van het onderwijsprogramma is daarom: competent en met compassie. VUmc-compas sluit goed aan bij jouw vooropleiding en is gebaseerd op actuele onderwijskundige inzichten. Vanaf dag één van je studie kom je in contact met patiënten. Daarbij leer je niet alleen alles over het afnemen van een anamnese en het stellen van een diagnose, maar je leert ook hoe je het beste kunt communiceren met een patiënt. Je leert samenwerken en je leert kritisch beoordelen. Uiteraard is er in de opleiding aandacht voor het functioneren als arts in een multiculturele samenleving. VUmc wenst je veel succes en plezier met de opleiding toe.

De opbouw van de bacheloropleiding geneeskunde

Binnen de drie jaren van de bachelor worden de volgende thema’s behandeld:

  • Jaar 1: de volwassen mens;
  • Jaar 2: de ontwikkeling van de mens: van cel tot bejaarde;
  • Jaar 3: Mechanismen van ziekten.

Ieder semester van bachelorjaar 1 (B1) en bachelorjaar 2 (B2) bestaat uit vier cursussen en een praktijkstage. In B1 is dat een praktijkstage zorg in het tweede semester en in B2 een praktijkstage huisartsgeneeskunde. In het derde jaar zijn er drie cursussen per semester. De laatste cursus van het derde jaar is een keuzevak.

De basiseenheid van onderwijs in de bachelor is de week. Het programma van de week vormt inhoudelijk een geheel en gaat uit van patiëntenproblemen. Per week is één practicum gewijd aan het aanleren van vaardigheden op het gebied van de rollen van het VUmc-compas. Het andere practicum is gericht op een verdieping en illustratie van de leerdoelen van de cursus. In het tweede studiejaar zijn er in plaats van studiegroepen, leergroepen en in het derde studiejaar werkgroepen.

De onderwijsvormen van de bacheloropleiding


Colleges
Tijdens het openingscollege vindt een eerste kennismaking met het weekthema plaats. Er wordt een patiënt gepresenteerd die past bij dit weekthema. Doel is het leren begrijpen van de klacht van de patiënt tegen de achtergrond van zijn persoonlijke situatie. Het verhaal wordt vervolgens als casus in de studiegroep gebruikt.

Studiegroepen
In een studiegroep analyseer je een patiëntprobleem op methodische wijze. Je leert onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken en verband leggen met relevante literatuur of opvattingen van de meest betrokken vakgebieden. Per week zijn er twee bijeenkomsten. Tijdens de eerste week vindt er een brainstorm plaats over het weekthema en tijdens de tweede bijeenkomst wordt de uitgezochte informatie gepresenteerd.

Studieopdrachten
Per week worden in de studiegroep vier studieopdrachten behandeld. Zij vormen de leidraad van de kennis die je verwacht wordt uit te gaan zoeken. Na de bespreking van de vier studieopdrachten worden leerdoelen geformuleerd. Deze leerdoelen worden aan de hand van de studieopdracht in trio’s uitgewerkt. Tijdens de zelfstudie werk je met behulp van de literatuur de studieopdrachten uit. In de tweede bijeenkomst van de studiegroep presenteer je volgens een vast stramien de resultaten van je zelfstudie over jouw studieopdracht. De studieopdrachten komen vaak terug in de toetsvragen. Het is dus zinnig dat je kennis neemt van alle studieopdrachten en niet alleen die studieopdracht die jij hebt uitgeplozen.

Practica
Practica kunnen verschillende doelen hebben:

  • illustratie van de aangeboden stof;
  • verdieping van de leerstof;
  • voorbereiding op bepaalde praktijkdagen.

Practica zijn kleinschalig en dienen in de meeste gevallen voorbereid te worden.

Slotcolleges
Tijdens slotcolleges wordt het klinisch redeneren geoefend aan de hand van een patiënt die op college komt. Er worden verbanden en relaties gelegd tussen patiënt, studieopdrachten en leerstof. Ook is er aandacht voor de ontwikkelingen die gaande zijn in het wetenschappelijk onderzoek, de geneeskunde en in de maatschappij in relatie tot het weekthema en welke betekenis deze ontwikkelingen hebben voor het toekomstig functioneren als arts. Ook wordt er moeilijke stof nader toegelicht.

Aanleren van professioneel gedrag
Wetenschappelijke studies laten zien dat problemen rond professioneel gedrag bij een arts reeds aanwezig kunnen zijn tijdens de eerste studiejaren. Daarom streeft VUmc ernaar dit gedrag vroegtijdig in de bachelorfase te signaleren en waar nodig via feedback te corrigeren. Hierbij is het van belang dat een student meerdere malen per jaar door eenzelfde beoordelaar wordt gezien en daar waar nodig wordt bijgestuurd. Professioneel gedrag bij studenten en artsen wordt onderscheiden in drie situaties, te weten: omgaan met taken/werk (op tijd zijn, je aan afspraken houden e.d.), omgaan met anderen (communicatie, samenwerking e.d.) en omgaan met jezelf (kritisch naar jezelf kunnen kijken, reflecteren).

Studenten leren professioneel gedrag door:

  • feedback tijdens leergroepen (tutor, leergroep) en practica (docent);
  • het omgaan met rolmodellen (tutor, mentor, stage-begeleiders, universitair docenten);
  • toetsing (in de leergroep, tijdens stages).
© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam