BA Geneeskunde

De studiegids 2011-2012 is beschikbaar op de algemene VU-website (pdf).

Welkom bij de opleiding geneeskunde aan de VU.
Dit is inmiddels het zevende jaar dat het onderwijsprogramma - VUmc-compas - van start gaat. Het is een goed programma waarin je wordt opgeleid tot een uitstekende dokter. Studenten hebben actief meegedacht en meegewerkt aan de ontwikkeling van het VUmc-compas en ook de afgelopen zeven jaar bij de bijstelling van het programma. Het is een competentiegericht programma en leidt artsen op die hun werk met compassie (meeleven) uitvoeren. Het motto van het onderwijsprogramma is daarom: competent en met compassie. VUmc-compas sluit goed aan bij jouw vooropleiding en is gebaseerd op actuele onderwijskundige inzichten. Vanaf dag één van je studie kom je in contact met patiënten. Daarbij leer je niet alleen alles over het afnemen van een anamnese en het stellen van een diagnose, maar je leert ook hoe je het beste kunt communiceren met een patiënt. Je leert samenwerken en je leert kritisch beoordelen. Uiteraard is er in de opleiding aandacht voor het functioneren als arts in een multiculturele samenleving. Ik wens je veel succes en plezier met de opleiding toe en ben benieuwd naar je ervaringen.

Prof. dr. Gerda Croiset
Opleidingsdirecteur Geneeskunde

De opbouw van de bacheloropleiding geneeskunde
Binnen de drie jaren van de bachelor worden de volgende thema’s behandeld:

  • Jaar 1: de volwassen mens;
  • Jaar 2: de ontwikkeling van de mens: van cel tot bejaarde;
  • Jaar 3: Mechanismen van ziekten.

De semesters van bachelorjaar 1 (B1) en bachelorjaar 2 (B2) bestaan uit vijf cursussen. In B1 is dat een praktijkstage zorg in het tweede semester en in B2 een praktijkstage huisartsgeneeskunde. In het derde jaar zijn er drie cursussen per semester. De laatste cursus van het derde jaar is een keuzevak.
Tijdens het eerste en het tweede studiejaar loopt de lijn Professionele Ontwikkeling.

De basiseenheid van onderwijs in de bachelor is de week. Het programma van de week vormt inhoudelijk een geheel en gaat uit van patiëntenproblemen. Naast colleges is er per week één practicum gewijd aan het aanleren van vaardigheden op het gebied van de rollen van het VUmc-compas. Het andere practicum is gericht op een verdieping en illustratie van de leerdoelen van de cursus. Daarnaast zijn in het eerste en tweede studiejaar twee studiegroepen en in het derde studiejaar werkgroepen.

De onderwijsvormen van de bacheloropleiding

Colleges
Tijdens het openingscollege vindt een eerste kennismaking met het weekthema plaats. Er wordt een patiënt gepresenteerd die past bij dit weekthema. Doel is het leren begrijpen van de klacht van de patiënt tegen de achtergrond van zijn persoonlijke situatie. Het verhaal wordt vervolgens als casus in de aansluitende studiegroep gebruikt.

Studiegroepen
In een studiegroep analyseer je een patiëntprobleem op methodische wijze. Je leert onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken en verband leggen met relevante literatuur of opvattingen van de meest betrokken vakgebieden. Per week zijn er twee bijeenkomsten. Tijdens de eerste week vindt er een brainstorm plaats over het weekthema en tijdens de tweede bijeenkomst wordt de uitgezochte informatie gepresenteerd.

Studieopdrachten
Per week worden in de studiegroep vier studieopdrachten behandeld. Zij vormen de leidraad van de kennis die je verwacht wordt uit te gaan zoeken. Na de bespreking van de vier studieopdrachten worden leerdoelen geformuleerd. Deze leerdoelen worden aan de hand van de studieopdracht in trio’s uitgewerkt. Tijdens de zelfstudie werk je met behulp van de literatuur de studieopdrachten uit. In de tweede bijeenkomst van de studiegroep presenteer je volgens een vast stramien de resultaten van je zelfstudie over jouw studieopdracht. De studieopdrachten komen vaak terug in de toetsvragen. Het is dus zinnig dat je kennis neemt van alle studieopdrachten en niet alleen die studieopdracht die
jij hebt uitgeplozen.

Practica
Practica kunnen verschillende doelen hebben:

  • illustratie van de aangeboden stof;
  • verdieping van de leerstof;
  • aanleren van competenties;
  • voorbereiding op bepaalde praktijkdagen.

Practica zijn kleinschalig en dienen in de meeste gevallen voorbereid te worden.

Slotcolleges
Tijdens de slotcolleges wordt moeilijke stof nader toegelicht en de weekstof kort samengevat. Er worden verbanden en relaties gelegd tussen patiënt, studieopdrachten en leerstof. Ook is er aandacht voor de ontwikkelingen die gaande zijn in het wetenschappelijk onderzoek, de geneeskunde en in de maatschappij in relatie tot het weekthema en welke betekenis deze ontwikkelingen hebben voor het toekomstig functioneren als arts. Daarnaast worden elke week startend in de eerste week van de bacheloropleiding colleges klinisch redeneren verzorgd. Tijdens deze colleges leer je systematisch de complexe klacht van een patiënt te analyseren en via diagnose tot een therapie te komen.

Professionele ontwikkeling
Door de gehele opleiding van Bachelor t/m Master loopt de onderwijslijn “Professionele ontwikkeling”. Het doel van deze onderwijslijn is om de algemene competenties die je nodig hebt om als arts te functioneren in samenhang en geïntegreerd te onderwijzen en te toetsen, in een zo authentiek mogelijke context, over de hele opleiding, waarbij de aansluiting op de vervolgopleiding optimaal geborgd wordt.
Het gaat hierbij om de competenties: communicatie, reflectie, gezondheidsbevorderaar, beroepsbeoefenaar, samenwerker, organisator, academicus en medisch expert. De academische vorming is door het gehele onderwijsprogramma vervlochten, met accenten tijden de cursussen Leeronderzoek 1, Leeronderzoek 2 en Wetenschappelijk Focusonderwijs.
Tijdens de Bachelor wordt per semester je professionele ontwikkeling getoetst, waarbij er steeds een ander accent gelegd wordt op de verschillende onderwerpen en op een steeds hoger aggregatieniveau. De toetsen betreffen: Professioneel Gedrag, Portfolio, BVD, Stationstoets en voor het eerste semester van bachelorjaar 1 de VU-Taaltoets Nederlands.

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam