BA Geneeskunde

Welkom bij de opleiding geneeskunde aan de Vrije Universiteit
Het onderwijsprogramma dat je gaat volgen - VUmc-compas - is een goed programma waarin je wordt opgeleid tot een uitstekende dokter. VUmc-compas sluit goed aan bij jouw vooropleiding en is gebaseerd op actuele onderwijskundige inzichten. Bij de ontwikkeling van het onderwijsprogramma en de aanpassingen in de afgelopen jaren, hebben studenten actief meegedacht en meegewerkt. Van jou verwachten we ook dat je bereid bent om een bijdrage te leveren aan het nog beter maken van het programma.

VUmc-compas is competentiegericht en leidt artsen op die hun werk met compassie (meeleven) uitvoeren. Het motto ‘Competent en met compassie’ staat centraal in het onderwijsprogramma. Vanaf dag één van je studie kom je in contact met patiënten. Daarbij leer je niet alleen alles over het afnemen van een anamnese en het stellen van een diagnose, maar je leert ook hoe je het beste kunt communiceren met een patiënt. Je leert samenwerken en kritisch beoordelen. Uiteraard is er in de opleiding aandacht voor het functioneren als arts in een multiculturele samenleving. Ik wens je veel succes en plezier met de opleiding toe en ben benieuwd naar je ervaringen.

Prof. dr. Gerda Croiset
Opleidingsdirecteur Geneeskunde

De opbouw van de bacheloropleiding geneeskunde
De bacheloropleiding bestaat uit drie jaar. Binnen deze drie jaren worden de volgende thema’s behandeld:

  • Jaar 1: de volwassen mens: basiskennis die nodig is om als arts te functioneren.
  • Jaar 2: de ontwikkeling van de mens (man/vrouw) en de eerste beginselen van de ziekteleer.
  • Jaar 3: mechanismen van ziekten en klinisch redeneren.

Ieder jaar van de bachelor bestaat uit twee semesters, die elk bestaan uit vier of vijf cursussen. Het programma van een cursusweek ziet er als volgt uit:

  • Colleges.
  • Een practicum gericht op verdieping en illustratie van de leerdoelen van de cursus.
  • Een practicum gericht op het aanleren van vaardigheden.
  • Studiegroep bijeenkomsten waar je aan de hand van studieopdrachten de studiestof doorneemt.
  • Afsluitend college ‘klinisch redeneren’ (college KR), waarin aan de hand van een patiëntpresentatie het proces van anamnese, diagnostiek en therapie wordt doorlopen of een Meet the Expert college, waarin je de gelegenheid krijgt om vragen te stellen en patiëntproblemen te bespreken met de medisch specialist.

Naast de reguliere cursussen vinden in bachelorjaar 1 en 2 ook praktijkcursussen plaats.

In bachelorjaar 1 is dit de praktijkstage zorg. Je werkt dan als verpleeghulp mee in een zorginstelling en maakt op deze manier kennis met de zorg. Tijdens de stage voer je ook verschillende praktijktaken uit.

In bachelorjaar 2 zijn er twee praktijkcursussen. Aan het einde van het eerste semester vindt de praktijkcursus Gezondheidszorg plaats, waarbij onder andere praktijkbezoeken aan de verschillende actoren binnen de gezondheidszorg plaatsvinden. In dit jaar vindt ook de praktijkstage Huisartsgeneeskunde plaats. Hierbij maak je kennis met de huisartspraktijk. Je voert  gedurende zes dagen, verspreid over één van de twee semesters, praktijktaken uit binnen een huisartsenpraktijk onder directe supervisie van een huisarts.

In bachelorjaar 3 wordt de academische vorming van de bachelor afgerond met de cursus KeuzeOnderwijs Wetenschap. Tijdens deze cursus kies je een wetenschappelijk onderwerp, waarin je je verdiept en die je afrond met een bachelorthesis.

Professionele ontwikkeling
Door de gehele opleiding (bachelor en master) loopt de onderwijslijn ‘Professionele ontwikkeling’. Het doel van deze onderwijslijn is om de algemene competenties die je nodig hebt om als arts te functioneren in samenhang en geïntegreerd te onderwijzen en te toetsen, in een zo authentiek mogelijke context, waarbij de aansluiting op de vervolgopleiding optimaal gewaarborgd wordt. Het gaat hierbij om de competenties: communicatie, reflectie, gezondheidsbevorderaar, beroepsbeoefenaar, samenwerker, organisator, academicus en medisch expert. Je professionele ontwikkeling wordt op verschillende aspecten en op een steeds hoger aggregatieniveau getoetst.

De onderwijslijn ‘Professionele ontwikkeling’ bestaat uit de volgende acht leerlijnen:

  • Leerlijn Professioneel gedrag
  • Leerlijn Patiëntveiligheid                                                   
  • Leerlijn Beroepskeuze en loopbaanoriëntatie                    
  • Leerlijn Communicatie                                                     
  • Leerlijn Reflectie                                                              
  • Leerlijn Ethiek & Recht                                                    
  • Leerlijn Interculturalisatie
  • Leerlijn Academische vorming

Academische vorming
Academische vorming is een belangrijk onderdeel van elke wetenschappelijke opleiding en dus ook voor de bachelor geneeskunde. Bij elkaar gaat het om in totaal 32 EC’s. Tijdens de bachelor geneeskunde komt dat op de volgende manieren aan de orde: 

  • In het onderwijs tijdens de cursussen worden (recente) wetenschappelijke ontwikkelingen betrokken. Je wordt uitgenodigd om kritisch mee te denken over de relevantie en betrouwbaarheid van wetenschappelijke onderzoeksresultaten, met name in relatie tot de individuele patiënt.
  • Tijdens de studiegroepen, door middel van studieopdrachten en referaten.
  • Tijdens het onderwijs van de klinisch redeneren lijn.
  • Specifiek in de cursussen Leeronderzoek 1 en 2, Leren dokteren 1 tot en met 4, Professionele ontwikkeling en wetenschap en KeuzeOnderwijs Wetenschap.
  • De bachelor wordt afgesloten met een bachelorthesis op een medisch vakgebied naar keuze.

Onderwijsvormen van de bacheloropleiding

Colleges
Tijdens het openingscollege wordt het weekthema ingeleid. Er wordt een patiënt gepresenteerd die past bij dit weekthema. Doel is het leren begrijpen van de klacht van de patiënt tegen de achtergrond van zijn persoonlijke situatie. Het verhaal van de patiënt wordt vervolgens als casus in de aansluitende studiegroep gebruikt.

Studiegroepen
In de studiegroep (12 studenten) analyseer je een patiënt- of een ander probleem op methodische wijze. Je leert onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaken en verband te leggen met relevante literatuur of opvattingen van de meest betrokken vakgebieden. In de eerste twee jaren zijn er per week twee studiegroep bijeenkomsten. Tijdens de eerste bijeenkomst vindt er een brainstorm plaats over de verschillende opdrachten van de week en tijdens de tweede bijeenkomst worden de uitgewerkte studieopdrachten gepresenteerd en de onderwerpen besproken. Vanaf het tweede jaar worden ook artikelen gerefereerd in de studiegroep bijeenkomsten. In het derde jaar is er één studiegroep bijeenkomst per week en worden de uitkomsten van de opdrachten besproken met clinici in meet-the-expert bijeenkomsten.

Studieopdrachten
In een studiegroep worden per week drie tot vier studieopdrachten behandeld, gebaseerd op de leerdoelen van die cursusweek. In groepjes van drie studenten worden deze leerdoelen - aan de hand van de studieopdracht -uitgewerkt. Tijdens de zelfstudie werk je de studieopdrachten – met behulp van de literatuur -  uit en bereid je je presentatie voor. In de tweede bijeenkomst van de studiegroep presenteer je deze. De studiestof die de basis vormt voor de studieopdrachten komt vaak terug in de toetsvragen.

Practica
Practica kunnen verschillende doelen hebben:

  • illustratie van de aangeboden stof;
  • verdieping van de leerstof;
  • aanleren van competenties;
  • voorbereiding op bepaalde praktijkdagen.

Practica zijn kleinschalig en dienen voorbereid te worden.

Slotcolleges
Tijdens de slotcolleges wordt moeilijke studiestof nader toegelicht. Er worden verbanden gelegd tussen het patiëntprobleem, de studieopdrachten en de studiestof. Ook is er aandacht voor de ontwikkelingen die gaande zijn in het wetenschappelijk onderzoek, de geneeskunde en in de maatschappij. In relatie tot het weekthema wordt gekeken welke betekenis deze ontwikkelingen hebben voor het toekomstig functioneren als arts. Bovendien wordt in het afsluitende college van iedere week het klinisch redeneren geoefend. Tijdens deze colleges leer je systematisch de complexe klacht van een patiënt te analyseren en via de diagnose tot een therapie te komen.

Meet the Expert colleges
Meet the Expert colleges worden gegeven aan kleinere groepen studenten. Je krijgt tijdens deze colleges de gelegenheid om vragen te stellen en patiëntproblemen te bespreken met een medisch specialist.

Toetsen
Iedere cursus wordt afgesloten met een cursusafhankelijke toets (CAT), waarin de kennis en inzicht over de studiestof (kernleerboeken, studieopdrachten, hoorcolleges en practica) wordt getentamineerd, inclusief het cursus-specifieke Klinisch Redeneren. De cursussen Leren Dokteren worden afgesloten met een semestertoets (SET), bestaande uit een cursusafhankelijke toets (CAT) en de Parate kennistoets (PAK).

In de CAT van de cursussen Leren Dokteren wordt niet alleen kennis en inzicht over de studiestof van de betreffende cursus getoetst, maar ook het klinisch redeneren over de stof, die tijdens de wekelijkse colleges van het voorafgaande semester aan de orde is geweest vormt onderdeel van deze toets. De parate kennistoets toetst belangrijke kennis die je als arts onmiddellijk paraat moet hebben. Daarnaast zijn er stages die beoordeeld worden middels een stagebeoordeling en een verslag.
De onderwijslijn Professionele ontwikkeling wordt getoetst via beoordelingen van Professioneel Gedrag, Portfolio, voordrachten tijdens de studiegroepen (BVD), vaardigheden in een stationstoets (STAT), taalvaardigheid (VU-Taaltoets Nederlands in semester 1.1), practica professionele ontwikkeling (po-practica) en de landelijke Voortgangstoets.

De bachelor wordt afgesloten met een bachelorthesis.

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam